Het huis, een bezoekruimte voor kinderen uit een vechtscheiding, bestaat twintig jaar. Een reportage in De Standaard van 24.11.’18

Het Huis ontvangt kinderen uit een vechtscheiding. Als een van de (groot)ouders aan de rechtbank vraagt om zijn of haar (klein)kind opnieuw te mogen zien, kan de rechtbank doorverwijzen naar Het Huis. Er is tweewekelijks een bezoek van twee uur voorzien, telkens onder toeziend oog van begeleiders.

Het verhaal van hoop en wanhoop herken ik bij de kinderen die ik ontmoet. Ook ik moedig het contact met beide ouders aan. Ik ervaar het als een soort basisgegeven. Maar er is angst bij de kinderen. Angst om opnieuw gekwetst te worden. Want het gaat hier om een ouder met een psychiatrische of criminele achtergrond. Hierdoor kan deze zijn/haar ouderrol niet goed opnemen.

Het Huis zet ook in op actief contactherstel. Via begeleiding tracht het de problematische relatie tussen kind en ouder te herstellen. Dat levert resultaat op; 70 procent van de dossiers evolueert in de goede richting. Dat wil zeggen dat de rechter de bezoekregeling versoepelt.

Ook ik ervaar bij deze ouders onhandigheid in het opvoeden. Voor de scheiding kon de andere ouder dit nog opvangen zodat het kind toch veilig is. Maar na de scheiding staat deze ouder er alleen voor. Schaamte voor hun problemen houdt hen tegen om hulp te zoeken. Maar de liefde voor hun kind is écht. Het kind wil ook de veiligheid om te kunnen houden van deze ouder, zonder oordeel. Maar wel in veiligheid.

Het Huis stopt de bezoekregeling ook wanneer ze geen meerwaarde meer biedt aan het kind en/of de ouder.

Het Huis werkt met vrijwillige donaties omdat het door zijn specifieke werking niet in aanmerking komt voor subsidies.

Hij vertelt over de eerste keer dat hij z’n dochtertje terugzag. Eerst was hij bang voor vervreemding. Wat had zijn ex-vrouw verteld? ‘Die schrik viel weg toen ik de lacht op haar gezicht zag’, vertelt hij.

Geef een reactie