Ik durf daar niet aan te beginnen.

Ik maak mij zorgen over de luistertoets volgende week.

Dat is eigenlijk niet zo goed.

Studeren heeft voor mij geen nut.

Dit hoor ik van verschillende tieners die studiebegeleiding volgen bij mij. Maar ook tijdens de schilderworkshops met als doel te durven experimenteren valt het mij op: hoezeer ze gericht zijn op een mooi resultaat waarbij de lat erg hoog ligt. Ze durven geen fouten maken uit angst.

De volgende stap is: gewoon er niet aan beginnen. Dan is de angst torenhoog. Door te vermijden, worden ze niet geconfronteerd met die angst dus is het een prima oplossing. Maar daardoor krijgen ze geen kans op succes- en faalervaringen, broodnodig voor zelfvertrouwen: de tegenhanger van faalangst.

Een 11-jarige meisje dat ik nu 3 maanden begeleid voor wiskunde, straalde vandaag met haar rapport. De leerkracht schreef dat haar zelfvertrouwen en attitude tegenover wiskunde zichtbaar positief geëvolueerd zijn. Hoe kan je dat bereiken?

Marc Litière geeft in zijn boek ‘Ik kan dat niet, zegt mijn kind’ concrete tips voor ouders. Hier volgen ze, aangevuld met eigen ervaringen.

  • Als een kind een uitspraak doet vanuit faalangst, dan kan je als ouder het signaal erkennen en herkennen. Sta met je kind stil bij de uitspraak. Is dit waar?
  • De positieve cirkel wordt sterker als kinderen mogen falen en positieve feedback krijgen als het hun wel lukt.
  • Kijk met realistische verwachtingen naar je kind. Leg de lat hoog, waar ze hoog mag liggen. Niet elk kind is voor alles even sterk.
  • Vergelijk je kind niet met anderen.
  • Sta stil bij wat wel goed gaat. Zet het negatieve aan de kant.
  • Bespreek het probleem. Wat aandacht krijgt, groeit.
  • Je kind heeft zijn eigen wijsheid in zich: laat het meewerken aan een oplossing.
  • Hoe je zelf omgaat met je angsten, straal je uit naar je kinderen. Werk dus ook aan je eigen weerbaarheid.

Geef een reactie