In Klasse verscheen vorig jaar een artikel over hoe je best studiekeuzeadvies kan geven aan leerlingen in het 6de leerjaar. Dr. Simon Boone (VUB) en prof. dr. Piet van Avermaet (UGent) wijzen op 5 valkuilen. Eén daarvan is: Talent en interesse wordt te weinig gemonitord.

Er wordt te vaak gekeken naar de resultaten voor de vakken Nederlands en wiskunde tijdens het laatste jaar van het basisonderwijs om kinderen door te verwijzen naar de meest geschikte richting. Maar belangrijker is motivatie. Wat doet het kind graag en blinkt het in uit?

Het is een cliché dat ik gebruik wanneer het over rapporten gaat: Gaat hij graag naar school? Wel, dan zit het snor. Gelukkig zijn is een belangrijke waarde die we willen meegeven met onze kinderen. Het vermogen zich content te voelen in het leven, los van status, geld of positie.

Waarom blijft deze valkuil dan toch zo hardnekkig bestaan?
Is het misschien omdat onze generatie het watervalsysteem zelf nog heeft meegemaakt als tiener, dat het onbewust doorsijpelt in onze huidige maatschappij?

 

Geef een reactie