Walt Disney.jpg

Tijdens de studiebegeleiding van tieners werk ik natuurlijk ook met hun motivatie. Dit bouw ik geleidelijk op tijdens de sessies.

Om te onderzoeken hoezeer de denkwijze van een jonge tiener veranderd was tegenover het begin, vroeg ik: ‘Stel je het volgende voor: Een vriend van jou in de klas leert niet graag meer voor wiskunde. Hij vindt het saai. Hij kan het toch niet. Hij haalt geen goede punten. Welke raad zou jij geven aan je vriend?’

‘Je moet het willen!’

Ja, ik antwoordde met een verbaasde blik. Moeten willen?!? Hoe kan je moeten willen? Hoe kan ik je verplichten om een boterham met choco te willen? Dat zijn juist twee tegengestelden die je wil samenbrengen tot een geheel. Dat kan toch niet. Toch zit moeten zo verweven in ons alledaags en onbewust taalgebruik.

Deze vraag komt onvermijdelijk in de plaats: Wil je het?

Ja, dat antwoord kan wel eens serieus tegenvallen, denk je. Maar je komt tot de kern van de zaak die je verder kan doorgronden. Je komt dichterbij het ont-moeten. Bij het willen en het wat-willen. Dat antwoord kan mooier zijn dan verwacht.

Geef een reactie